Hieronder vind je onze laatste tips en actualiteiten. Wet- en regelgeving, maar ook rechtspraak, ontwikkelen zich zeer snel. Bel 0294 - 29 33 44 of mail ons daarom eerst even als je met een tip aan de slag wilt.
Het Belastingplan 2025 bevat een maatregel waarmee de btw op logies, cultuur, sport en media per 1 januari 2026 stijgt van 9 naar 21%. Er is een overgangsregeling voor deze onderwerpen die voor u al in 2025 van belang kan zijn.
Het Belastingplan 2025 bevat een maatregel waarmee de btw op logies, cultuur, sport en media per 1 januari 2026 stijgt van 9 naar 21%. Er is een overgangsregeling voor deze onderwerpen die voor u al in 2025 van belang kan zijn.
De Hoge Raad zegt dat voor de berekening van het rendement in box 3 een forfait vrijwel niet houdbaar is en de Raad van State zegt dat werkelijk rendement te complex is om uit te voeren. Wat nu? De overstap naar een nieuw box 3-stelsel wordt met een jaar uitgesteld tot 1 januari 2028. Hoe gaat het kabinet de belastingopbrengst op peil houden?
De Belastingdienst gaat vanaf 1 januari 2025 weer volledig handhaven op de kwalificatie van de arbeidsrelaties. In het Handhavingsplan arbeidsrelaties 2025 geeft de Belastingdienst aan hoe deze handhaving wordt vormgegeven en wat de gevolgen zijn van het opheffen van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025. De Belastingdienst heeft daarbij aandacht voor een ‘zachte landing’. Wat is dat?
De Europese DAC7-richtlijn stelt eisen aan online-platformen waarop goederen en diensten worden verkocht of verhuurd. Platformexploitanten moeten vóór 31 januari 2025 gegevens van verkopers, verhuurders en dienstverleners over 2024 rapporteren aan de Belastingdienst. Vooral voor kleinere platformen roept deze verplichting vragen op.
Een echtpaar heeft een tweede woning die niet wordt aangehouden als beleggingsobject en niet wordt verhuurd. De vraag is hoe deze woning in het kader van de rechtshersteloperatie moet worden belast in box 3. De hoogste rechter geeft een zeer uitgebreide handreiking voor diverse praktijk situaties.
Een manager heeft een arbeidsovereenkomst met daarin een geheimhoudingsbeding met boeteclausule. Hij zegt zijn arbeidsovereenkomst op om bij een mogelijke concurrent te gaan werken. Zijn voormalige leidinggevende werkt daar al. Hij stuurt haar een file met de maandomzetten per winkel. Dit komt bij toeval aan het licht en er volgt ontslag op staande voet.
Een fotograaf eist van zijn ex-werkgever nabetaling van ruim € 10.000 salaris en vakantiegeld. Volgens de fotograaf had hij een arbeidsovereenkomst voor zeven maanden. Ondanks eerdere sommaties zijn er slechts twee maanden uitbetaald. Volgens de werkgever is hij na twee maanden uit dienst getreden en elders gaan werken. Hoe oordeelt de rechter in kort geding?
Een promovendus verleent incidenteel juridische bijstand. Zijn inkomsten geeft hij aan als resultaat uit werkzaamheden. Hij verhuist naar een andere woning en claimt de forfaitaire verhuiskostenaftrek van € 7.750. De Belastingdienst weigert aftrek omdat de verhuizing geen zakelijk karakter zou hebben. Hoe oordeelt de rechter?